HIV, een aandoening voor het leven

Een aandoening met nogal wat fabels

HIV is een aandoening die valt onder de categorie seksueel overdraagbare aandoeningen, ook wel SOA’s genoemd. Het is een ziekte die opeens wereldnieuws werd toen hij opdook in de homo scene. Tegenwoordig is het een ziekte die steeds meer voor lijkt te komen, ook al doet men er alles aan om de ziekte te voorkomen. Er bestaan nogal wat feiten en fabels rondom HIV. We hebben er een aantal voor jou op een rij gezet.

HIV is voor homoseksuelen

In het verleden dook de ziekte HIV vooral op bij homoseksuelen, dat klopt. Tegenwoordig is het echter een ziekte die je in alle delen van de bevolking tegenkomt.  Denk dan aan homoseksuelen, maar ook bij heteroseksuelen. De reden hiervan is heel eenvoudig; de ziekte verspreidt zich op meerdere manieren dan alleen via seksueel contact. Dit argument was dan ook in de jaren tachtig een feit geweest, maar tegenwoordig is het een fabel.  HIV is een ziekte die eigenlijk iedereen kan treffen, ook jou dus.

HIV kan je niet krijgen zolang je een condoom gebruikt

HIV is een aandoening die je vooral kan krijgen door onveilige seks, dat is een feit. Het gebruik van een condoom zorgt ervoor dat je veel minder kans krijgt om de ziekte te krijgen. Net zoals bij alle soa’s kan je door veilig vrijen zorgen dat je ze niet krijgt. Het is echter geen manier om voor de volle 100 procent te voorkomen dat je een besmetting met HIV oploopt. HIV kan je namelijk ook oplopen zonder dat je seksueel contact hebt met iemand die besmet is. De besmetting kan behalve via sperma ook worden overgedragen via bloed.

HIV kan je krijgen op andere manieren dan via seks

Dit is dus helaas waar. HIV is een aandoening die je kan oplopen via manieren waarbij je rechtstreeks met het bloed van een patiënt in contact komt. Denk bijvoorbeeld aan een bloedtransfusie waar het HIV virus in blijkt te zitten. Ook het aanraken van een injectienaald met besmet bloed met een hand waarin een wondje zit kan genoeg zijn om een HIV besmetting op te lopen. Het is dus zaak dat je goed oppast bij patiënten met een HIV besmetting. Je kan het echter ook overdrijven.

Een patiënt met HIV moet je niet kussen

Er zijn mensen die iemand met HIV in alle opzichten maar liever vermijden. Zelfs kussen laat men liever achterwege uit angst voor een besmetting. Deze angst is echter ongegrond. HIV zal je niet oplopen door te zoenen met iemand die een besmetting met die ziekte heeft opgelopen. We hebben het in dat geval over speeksel. De ziekte zit niet in het speeksel van de patiënt. We hebben het echt over sperma, vaginaal vocht en bloed waar je de aandoening in aantreft. Je kan een patiënt met HIV dus gewoon zoenen.

Heb je HIV, dan heb je ook gelijk AIDS

Een besmetting met HIV wil niet altijd zeggen dat je ook gelijk een besmetting met AIDS zal oplopen. AIDS is een ziekte die je krijgt wanneer HIV niet goed wordt behandeld. Een normale ziekte die je met een sterk immuunsysteem kan handelen, zoals een stevige griep, zou kunnen omslaan in een dodelijke ziekte wanneer je HIV hebt. In dat geval spreek je van AIDS. Jouw immuunsysteem is dan gewoon te zwaar aangetast, waardoor je de ziekte AIDS kan oplopen. HIV die gelijk goed wordt behandeld met medicijnen zal echter geen direct gevaar voor jou opleveren. Je hebt dus niet gelijk AIDS wanneer je HIV hebt.

Van HIV kan je genezen

Dit is een punt waarover heel wat fabels de rondte doen. Helaas; ondanks alles wat ‘wonderdoktoren’ jou vertellen kan je niet genezen van HIV. Het is een auto immuunziekte die voor de rest van je leven in je bloed zal blijven zitten. Je kan er dan ook niet zomaar van genezen. Heb je eenmaal HIV, dan zal je voor de rest van je leven AIDS remmers moeten blijven slikken. Alleen op die manier voorkom je dat HIV zal omslaan in AIDS in jouw lichaam. Je kan er dus niet van genezen met een geneesmiddel, al is er momenteel wel veel onderzoek gaande om een dergelijk geneesmiddel uit te vinden. Tot die tijd is het zaak dat jij trouw je aidsremmers volgens een schema slikt wanneer je een besmetting hebt.

Door HIV medicijnen ben je niet meer besmettelijk

Dit is het goede nieuws voor patiënten die HIV hebben. Op het moment dat jij je medicijnen trouw inneemt en onder controle blijft van een HIV arts zullen er geen HIV waarden meer in jouw bloed worden aangetroffen. Dat houdt in dat je op dat moment niet besmettelijk bent. Aangezien het een ziekte is die wel in je lichaam blijft zitten moet jij je aan dat medicijnenregime houden. Doe je dat niet, dan kan het besmettingsgevaar weer terugkeren met alle gevolgen van dien.

Een met HIV besmette moeder is een gevaar voor haar kind

Iedere zwangere vrouw moet standaard een HIV test ondergaan. De reden daarvan is heel eenvoudig. Doordat je met de zwangerschap rechtstreeks in bloedcontact staat met jouw kind kan een HIV virus worden opgedragen op het ongeboren kind. Aangezien je een HIV besmetting bij jezelf niet gelijk hoeft op te merken is het goed dat er een HIV test wordt uitgevoerd. In geval van een besmetting bij de moeder zal de arts gelijk beginnen met een medicijnbehandeling bij het kind.

HIV herken je gelijk

Dat is niet helemaal waar. De verschijnselen van HIV in het beginstadium lijken namelijk behoorlijk op griep. Denk aan koorts, gevoel van algehele malaise en huiduitslag. Wanneer de ziekte langer in je lichaam zit komen er andere kenmerken bij in een bepaald patroon. Denk aan nachtelijk zweten, vermoeidheid, gewichtsverlies, koorts, diarree, huiduitslag en kortademigheid. Wanneer deze symptomen geclusterd voorkomen bij jou zal na een bloedonderzoek de diagnose HIV worden gesteld. Je zal dus niet gelijk een HIV besmetting bij jezelf herkennen, maar de combinatie van de eerder genoemde symptomen is wel heel herkenbaar.